Heel even terug in de historie

Oprichting van de fanfare

We verplaatsen ons even terug in de tijd dat de Eerste We­reldoorlog voorbij is, 1918 dus. Op een door de weekse avond zien we dan 't bestuur van de pas ontbonden zang­vereniging op de klef voor huize Jacob Keijsers ("de Kei­zer"; de laatste voorzitter v.d. Zangvereniging) bijeenhurken, druk pratend en gebarend over de manier waarop een fanfare tot stand zou kunnen komen in het dorp. Uiteraard ook aan de toeptafel op zondagmorgen was het vaker onderwerp van gesprek.

Men wilde blaasmuziek maken en hóren, zoals op meer­dere plaatsen in de regio.

Uiteindelijk ging de kogel door de kerk. Met de op­brengst van een bliksemactie 1.800,-) toog "de Keizer" naar Tilburg om de eerste instrumenten te bestellen. Mu­zikanten meldden zich spontaan aan; de verdere voorbe­reidingen konden van start.

Eerste bestuur

Het laatste zangverenigingsbestuur (Jacob Keijsers, pre­sident; Frans Cremers, secretaris; Alfons Cremers; Peter Hermans en Victor Reijnen), werd automatisch het bestuur van de nieuwe fanfare. De naam blééf "Moed en IJver". Ook dirigent Jan Vissers stapte over naar het nieuwe corps. Even inwerken door Frans Janssen (zoon v.d. vroegere meester Fr. Janssen v.d. Zangvereniging), en dan op eigen kracht de zaak zien te runnen. Het zal hem best wel eens moeilijk gevallen zijn.

Repetities

Er werd gerepeteerd, zo goed en zo kwaad; én zo vaak als het kon. Het viel soms niet mee. Dat men zich op 't prille pad van de blaasmuziek 'n beetje had overschat bleek o.m. op 15 augustus 1918. Voor de éérste keer nl. zou de bedevaartprocessie naar Tienray worden opgeluisterd. Het embouchure (in de volksmond: amazure) reikte slechts tot 't Postkantoor in Meerlo... Het leven ging door; de repetities en verdere ontwikkeling uiteraard ook, zij het dan heel langzaam aan.

Dirigentenwisselingen

Dirigent Jan Vissers zette ook een treurmars op de repetitie-lessenaar. Wie schetst aller verbazing toen na enige tijd bleek, dat deze nl. uitgerekend voor hem zelf als eerste zou moeten worden geblazen (1919). Zijn op­volger werd de bekende Constant Dietz uit Tienray die in 1926 het dirigeerstokje overdroeg aan Huub Reijnen (van "Bergerhof" alhier).

Voorzitterswisseling

In 1925 stopte president Jacob Keijsers. Hij werd opge­volgd door meester Antoon Rongen, hoofd van de plaat­selijke Lagere School.

Hoe het zo'n beetje verder reilde...

Tot aan de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) bleef alles z'n gangetje gaan. Men gaf uitvoeringen in het dorp; or­ganiseerde toneel-/concertavonden; nam deel aan mu­ziekfestivals in de regio en bracht serenades bij dorpsaan­gelegenheden, priesterfeesten, jubilea enz. Uiteraard wer­den ook Eerste H. Communiefeesten, Kindsheidoptoch­ten, Sacramentsprocessies, St. Nicolaasintochten en Oranje-feesten opgeluisterd.

Heel lang leefden er ook nog herinneringen aan 't eerste
concours in 1924, te Venlo gehouden. Enorme klus; een
2e prijs was het resultaat. Wél feest in 't dorp natuurlijk.

Eerste grote vernieuwingen instrumentarium

Deze had plaats in 1936. Door alle mogelijke activiteiten was er - met een extra donateursronde - kennelijk vol­doende bijeen gespaard om dringend nodige vervangin­gen aan te schaffen.

Oorlog

Enkele jaren later - in 1940 dus - brak de Tweede Wereld­oorlog uit, met alle perikelen van dien.

Muziek maken; uitvoeringen; festivals enz. behoorde al vrij snel tot het verleden i.v.m. de beperkingen opgelegd door de "Kulturkammer".

De bevrijding, oftewel het einde van de Tweede Wereld­oorlog werd door iedereen niet spanning tegemoetgezien. Het duurde echter lang; er zou het dorp en zijn inwoners nog allerhand boven het hoofd hangen.